Leeg

Geplaatst door Annet op 21 juli 2008 | Reageer

Ik ben met vakantie, dus even geen verse blogs. Laptops zijn verboden in de vakantie, zo maakte mijn lief D. mij onlangs duidelijk: ,,Je weet toch wel wat dat betekent, vakantie? Vacances: dat betekent leeg, niets dus, nakkes, nada, niente, leeg!”


Watamula (Korsou 3)

Geplaatst door Annet op 20 juli 2008 | Reageer

,,Het is een zieke gedachte, maar je kunt heel gemakkelijk iemand ombrengen tijdens het duiken”. Drie keer raden van wie deze quote is. Van mij, in een nog te verschijnen interview in Duikmagazine ergens volgende maand. Vraag me niet waarom, maar ik vind duiken even sensationeel als onheilspellend. Misschien is dat al wel zo sinds Duel in de diepte, een tv-serie uit mijn jeugd in de jaren ‘70 waar ik altijd heerlijke nachtmerries over had. Ik durfde alleen te kijken samen met mijn grote broer Peter, die wel anderhalf jaar ouder is dan ik. We waren indertijd nergens liever dan in het water: tien uur per week trainden we met de selectie van zwemvereniging Poseidon ‘56. Te jong nog om te duiken, maar dat was voor later als ik groot was. Net als dat motorrijbewijs (gezakt, maar dit terzijde) en parachutespringen.

Er moest en zou dus water en duiken in mijn thriller en aldus geschiedde. Ik had nog nooit gedoken aan de westpunt van Curaçao, maar de gidsen leerden mij dat dát de mooiste én gevaarlijkste plek was om te duiken. Watamula werd al achter mijn computer in Amsterdam een cruciale duikplek in Vuurkoraal. Een afgelegen plek, alleen per boot te bereiken en dichtbij de ruige en gevaarlijke noordkust. Ik kon niet wachten om die duik zelf te gaan maken.

Het bootje zou om acht uur ’s morgens vertrekken, dus D. en ik zaten al om kwart voor zeven (!) in de huurjeep. Vanaf Papagayo Beach Resort aan de Jan Thielbaai is het een uurtje rijden naar Westpunt. D. duikt niet, dus die vond dit het minst leuke onderdeel van onze werkvakantie: ,,Liefje, het is niet zo gezellig als je de hele tijd onder water zit.” Maar het moest toch even. 

 
En het was prachtig. De eerste duik was bij Santa Cruz en op de bodem van de zee hielden we stil en keken we minutenlang naar twee gigantische roggen, die zich veilig waanden in ons gezelschap. Daarna volgde Watamula, betoverend mooi. Vanaf de boot zagen we Playa Gipy. Mijn duikbuddy had maar één oog, het andere had hij verloren bij een explosie op de raffinaderij in Willemstad. Het toeval wilde dat de bootman getuige was geweest van het ongeluk. De twee vielen elkaar snikkend in de armen. Dat is zo mooi aan Curaçao, vertelde ik deze week ook aan de journalist van Duikmagazine, die gekke mix van grootstedelijkheid en kneuterigheid, van lieflijk en gevaarlijk.Vergelijk bijvoorbeeld even de Joodse begraafplaats, een belangrijke locatie uit Vuurkoraal
 
 
met dit prachtige strand:
 
 
Een eiland van extremen, en daar hou ik van, van extremen, vooral wanneer ze zijn verenigd in een plaats of persoon. Dana is iemand die geen maat kan houden, en Laurette ook al niet, en Tristan niet en Merel niet, en Leopold niet, en Carla niet en Sabine en Natasha niet. Alleen Johan en Neil, die kunnen het wel, maar anders werkten ze misschien ook niet bij de politie.

(Wordt vervolgd)


Lilo (Korsou 2)

Geplaatst door Annet op 16 juli 2008 | Reageer

Een van de machtigste journalisten op Curaçao is Lilo Sulvaran. Hij is in Vuurkoraal de plaaggeest van journaliste Dana Winter. Dana, die werkt bij de Amigoe en probeert naam te maken als misdaadverslaggeefster, weet dat ze in haar concurrent Lilo van de politiekrant Vigilante haar meerdere moet erkennen.
Zoals ik schrijf in het nawoord van Vuurkoraal werkt Dana niet bij de Amigoe. Maar de krant bestaat echt en D. en ik bezochten de redactie in Scherpenheuvel juist op het moment dat de krant van de pers rolde.


En Lilo Sulvaran? Die bestaat ook. Hij was zo vriendelijk om twee uurtjes voor ons vrij te maken op een regenachtige woensdagmorgen. De redactie van de Vigilante zit in Willemstad, pal aan zee. Een geel pand van drie verdiepingen hoog. Er zit ook een makelaarskantoor in. Dat is ook van Lilo.
Lilo bracht ons naar een grote kamer en besloot ons eerst even te verhoren. Toen ik hem had uitgelegd dat ik een thriller aan het schrijven was en dat ik vooral wilde weten hoe hij als misdaadverslaggever te werk gaat op het eiland, kwam hij los. Hij vertelde over zijn goede contacten met de inspecteurs en dat hij nooit met een politiewoordvoerder, zoals Johan in Vuurkoraal, belt. ‘Die weten alles pas als laatste’, zei hij. Daaruit komt de scène in mijn boek voort dat Dana een belangrijk nieuwsmoment mist - de vrijlating van Tristan - omdat Johan dat ook pas als laaste hoorde. Wie stond er wel bij het politiebureau met een fotograaf? Inderdaad, Lilo.


En dan hebben we nog politieinspecteur Neil Samuel. Die bestaat niet. Neil verscheen ineens in mijn fantasie toen Dana en Johan, schuilend voor een stortbui, elkaars natte kleding aan het bevoelen waren op de parkeerplaats bij Playa Kalki (zie onderstaande foto). Het was donker en plots doemde er een terreinwagen op. Dana en Johan vroegen zich af wie er uit die auto zou stappen. Op dat moment had ik zelf ook nog geen idee. En ineens stond hij daar, Neil.

Tot mijn vreugde kwamen we Neil ook nog tegen, maar dan in de hoedanigheid van barman. Deze Neil, die eigenlijk Bert heet, maakt de meest fantastische mojito’s in de bar van het Chogogo Resort. Hier zit ik met vrienden M. en dokter B. bij Bert aan de bar. En we drinken op Vuurkoraal.

(Wordt vervolgd)


Paco (Korsou 1)

Geplaatst door Annet op 12 juli 2008 | Reageer

De weg naar Lighthouse Noordpunt was nog net zo hobbelig als in mijn herinnering. Mijn lief D. en ik ploegden langzaam door het dorre, onheilspellende vulkaanlandschap en iedere keer wanneer de huurauto werd gegrepen door een doornenstruik en we een kras in de witte lak vermoedden, riepen we ‘au’. Net als Dana, de dappere journaliste uit Vuurkoraal. ‘En nu maar hopen dat Paco thuis is,’ zei ik tegen mijn lief toen de vuurtoren voor ons opdoemde.

Paco Salina is de alcoholistische nietsnut die woont in de vuurtoren. Hij kan vanaf zijn domein goed de verlaten strandjes aan de noord-westkant van het eiland in de gaten houden. Zo had ik het althans bedacht in Vuurkoraal. We reden Paco’s heuvel op. Even was ik teleurgesteld: de vuurtoren was veel kleiner dan in mijn fantasie. Ik had er één in mijn hoofd met de proporties van de Brandaris op Terschelling, eentje waar je in kunt wonen.

Maar toen we uitstapten en ik een rondje liep om het witte gebouw zag ik het ineens helemaal voor me. Er stond een muur om de toren. Paco zou prima onder de vuurtoren kunnen wonen als ik een roestig golfplaten dak bedacht op het muurtje. En ineens zag ik hem ook zitten, in zijn schommelstoel met de fles aan zijn mond. Goddank, Paco was thuis.



Tevreden over Paco’s behuizing reden we door naar Playa Gipy, het verscholen strandje waar in Vuurkoraal van alles gebeurt, narigheid vooral. We voelden ons niet helemaal senang daar in die uithoek van het eiland. Vooral omdat de bootman die mij eerder die dag naar duikplek Watamula had gevaren (waarover later in dit feuilleton meer) ons had afgeraden om naar het strandje te gaan. Net als de reisgidsen waarschuwde hij om de auto niet onbeheerd achter te laten; de arme Paco’s van het eiland volgen de toeristen en als er iets van waarde voor het grijpen ligt, zullen ze niet nalaten een ruitje in te tikken. En dat was volgens hem dan nog het onschuldigste scenario.We sloegen het welgemeende advies in de noordoostpassaat, parkeerden de jeep en wandelden zigzaggend tussen de doornen en scherpe rotspunten naar de verlaten baai. In stilte aanschouwden we Gipy en met bleek weggetrokken gezichten keken we elkaar aan. Heel bizar hoe de gruwelijke verzinsels uit Vuurkoraal ineens tot leven kwamen toen we daar stonden, alsof ze werkelijk waren gebeurd. Ik nam een foto en snel maakten we ons weer uit de voeten.


Vanaf de parkeerplaats konden we aan de noordkant van het eiland de woeste golven zien opspatten. We reden richting het noorden en zetten de jeep aan de kant; verder naar zee rijden kon wel, maar vermoedelijk had dat ons vier lekke banden opgeleverd. De messcherpe uitsteeksels aan de rotsen sneden nog net niet door onze slippertjes heen toen we naar het water liepen. Met veel kabaal bonkte de zee tegen de rotsen. Zwemmen is aan deze kant onmogelijk. Bovendien zitten er haaien. Het geweld van de elementen maakte dat we ons nietig voelden.


(Wordt vervolgd)


Mraz

Geplaatst door Annet op 10 juli 2008 | 1 reactie

Mraz. Gek woord niet? Het is Tsjechisch voor ‘vorst’ in de zin van ‘vrieskou’ of ‘bevroren’. Maar Mraz is tevens de achternaam van de Amerikaanse singer-songwriter Jason Thomas Mraz. En zijn muziek is zo zomers en opzwepend dat wie er niet spontaan van ontdooit hetzij in verregaande staat van ontbinding verkeert óf geen gevoel in zijn donder heeft.

Gisteren was ik bij het concert van Jason Mraz in de Amsterdamse Melkweg en het was geweldig. Terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam, wist Mraz met songs van zijn album ‘We sing, we dance, we steal things’ een tropische sfeer te creëren die mij deed denken aan de Antillen. Bekijk dit filmpje op You Tube om te zien en horen wat ik bedoel. Het album van Mraz wordt nu al dé zomerplaat van 2008 genoemd, op dezelfde manier als Vuurkoraal een van dé vakantieboeken van deze zomer is (klik hier voor het artikel in Spits).

En over de Antillen gesproken: op veler verzoek begin ik vanaf morgen een feuilleton over Curacao, het eiland waar mijn thriller Vuurkoraal zich afspeelt. Zoals sommigen van jullie weten was ik afgelopen maart op het eiland en wordt het nu tijd om te vertellen over ‘the making of’ Vuurkoraal, uiteraard zonder de plot weg te geven. Wordt vervolgd.


De besnorde veldheer

Geplaatst door Annet op 4 juli 2008 | 1 reactie

Het heeft een maandje geduurd, maar nu besta ik dan toch eindelijk bij de Ako! Dat wil zeggen, op Ako.nl. De winkels volharden vooralsnog in de boycot van Vuurkoraal. Tot mijn vreugde zag ik vandaag dat, na enig aandringen bij de klantenservice, het omslag nu is afgebeeld. Er is zelfs een keurige synopsis en informatie over de auteur. Van mijn hand verscheen volgens Ako.nl ook het boek De besnorde veldheer. U weet wel, de opvolger van Een paard met slappe benen.

Ik kreeg meteen wilde fantasieën over die veldheer en zijn moustache. Hoe mijn volgende thriller ook uitpakt, het staat vast dat snorremans een gastrol krijgt.

‘Er heeft zich een veldheer gemeld als getuige,’ zei de commissaris. ‘Welke?’ vroeg Dana nieuwsgierig. ‘De besnorde.’

Goed, ik moet het er nog wat aan schaven, maar die veldheer komt er. Wat voor snor zou hij hebben? Zo’n Dalísnor met van die elegante krullen? Of een dichtbehaarde donkere als van een leernicht? Of een ouderwetse detectivesnor, als die van Stacey Keach in zijn rol van Mike Hammer? Een mooie man met een hazenlip is dat; Keach heeft met afstand de mooiste hazenlip van de wereld, vind ik. Maar de mooiste snor blijft toch die van Tom Selleck.

Oké, een snorren top 10 dan. Ik heb even overwogen om de bestseller- en thrillerlijsten van de afgelopen maand te analyseren, maar aangezien Vuurkoraal alleen voorkomt in de thriller top 15 van de Bruna op Utrecht CS, zie ik daar vanaf. Die snorren vind ik opeens een veel beter idee. Ik geef een voorzet met een top 5. U mag hem aanvullen of verbeteren. De vibrator met opzetstukken kan ik niet meer uitloven als prijs voor de beste snorrenlijst, want die is al gewonnen door E. den Hollander voor de SATC-prijsvraag. Maar uiteraard heb ik, net als De Telegraaf vandaag (zie hieronder), nog wel een gratis exemplaar van Vuurkoraal in de aanbieding. Dit is de voorlopige lijst van topsnorren:

1. Tom Selleck
2. Peter de Jong (Maxi)
3. Stacey Keach
4. Rita Verdonk
5. Ted de Braak

Bonusvraag: Leeft Ted de Braak nog?